Toggle Nav
Winkelwagen
Minicart USP
minicart_usp

Zonder omwegen en super vers!

Hoe groeit een tulp?

Hoe groeit een tulp?

Telers van bloembollen ontdekten al lang geleden dat de grond achter de duinen erg geschikt is. bloembollen hebben namelijk een hekel aan te veel water. Daar hebben de zogenaamde geestgronden achter de duinen geen last van. Het regenwater zakt er gemakkelijk doorheen, en het grondwater zit er diep. Bloembollen houden ook van kalk in de bodem. Dat is op de geestgronden ook al geen probleem, vanwege het schelpengruis in de bodem.

Lang hebben bloembollentelers gedacht dat je alleen op deze geestgronden bloembollen kon kweken. Later deden ze een belangrijke ontdekking. Tulpen, lelies en gladiolen groeiden ook goed op lichte klei. Hierdoor zie je nu dan ook in veel andere delen van ons land bloembollenvelden, zoals in de Noordoostpolder (Flevoland) en West-Friesland (Noord-Holland).

Het telen van bloembollen

Als de bollenvelden in bloei staan, trekt dit veel bekijks. Voor de telers zelf zijn de bloemen echter niet belangrijk. Bij de bloembollentelers ligt de focus op het groeien van dikke bollen. Hoe dikker de bloembol, hoe meer geld hij opbrengt. Geen wonder dat de teler er alles aan doet om het de bloembollen naar de zin te maken. Dat begint al met het klaarmaken van de grond. Voordat de bollen worden geplant wordt er geploegd zodat de 'verse' grond naar het oppervlak komt. Door verse grond kunnen de bloembollen beter groeien. 

Maar er is meer nodig, zoals bemesten. Als aanvulling wordt de grond aangevuld met mest of compost. Dat hebben de bollen nodig om extra groot en dik te worden. Ploegen en mesten is dus belangrijk. Pas als dat klaar is gaan de bollen de grond in. Dat gebeurt vaak in de maanden oktober en november. Hiervoor gebruiken te bloembollentelers plantmachines. Wanneer de bollen in de grond gestopt zijn worden ze vaak afgedekt met stro. Ook dit gebeurd machinaal. Op deze manier worden de bollen beschermd tegen de ergste winterkou. Bovendien kan het zand zo niet wegstuiven. 

De oogst

Wanneer de bloembollenvelden in het voorjaar hebben gebloeid worden de bloemen afgekopt. Na het koppen van de bloemen, staan alleen de stengels en bladeren nog op het veld. De bloembollen in de grond trekken in vervolgens in een aantal weken de energie uit de overgebleven bladeren en stelen, om zo optimaal te groeien. Als de planten daarna geel zijn geworden, hebben de bloembollen genoeg voedsel opgenomen.

Tussen half juni en begin augustus worden de bollen uit de grond gehaald, dit noemen we 'rooien'. Na het rooien worden de bollen gedroogd en schoongemaakt. Ook worden de jonge bolletjes van de dikke bollen gehaald. Dat schoonmaken noemen we ‘pellen'. De grote, dikke bollen worden verkocht. Bollen die nog niet groot genoeg zijn gaan in het najaar weer de grond in. Dan begint het gehele proces weer van vooraf aan. 

Nieuwe kleuren en soorten

Tulpen zijn er in enorm veel kleuren, soorten en maten, en nog steeds komen er nieuwe bij. Elke nieuwe tulp krijgt een eigen naam. Dat kan een fantasienaam zijn, maar tulpen worden ook wel genoemd naar beroemde zangers, prinsessen en andere bekende mensen. Nieuwe soorten tulpen kunnen bij toeval worden ontdekt, of bewust worden doorgekruisd. Dit traject kan wel tot tien jaar duren en is geen garantie voor succes. 

Wanneer een bloembollenkweker een nieuw soort heeft gevonden wordt gevraagd of hij die wil vernoemen naar een bekend persoon. Dat kan voor hem extra geld opleveren, wanneer de naamsbekendheid ervoor zorgt dat er veel naar deze nieuwe tulp wordt gevraagd, er veel over wordt geschreven of deze zelfs op televisie komt. Voordat een naam kan worden toegekent aan de nieuwe tulp bekijkt de Koninklijke Algemene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) of de naam nog "vrij" is.

Hoe komt een kweker aan een nieuwe tulp?

Stel je voor dat er een hoge gele tulp is. Iedereen vindt de kleur en de vorm prachtig. Maar het is zo jammer, dat de stengel zo slap is. En eigenlijk zou hij vroeger moeten bloeien. Nu is er ook een lage, witte tulp. De vorm is niet zo mooi, maar hij bloeit vroeg. Dan gaat de kweker (of veredelaar) deze twee tulpen 'kruisen'. Om te beginnen zal stuifmeel van de ene bloem op de stamper van de andere bloem moeten worden aangebracht. Daarna kan er zaad uit worden gewonnen. Uit het zaad kunnen bollen worden geteeld. Na ongeveer vijf jaar telen en doorontwikkelen gaan de bollen bloeien. Dan is er een kans dat de kweker krijgt wat hij wilde: een tulp met de goede eigenschappen van de gele én van de witte tulp.

Je merkt wel dat zoiets niet vanzelf gaat. De kweker moet een echte vakman zijn met veel geduld. Anders komt er niets van terecht!